Ophokplicht voor pluimvee geldt zodra de overheid dit afkondigt vanwege een verhoogd risico op vogelgriep, meestal in het najaar of de winter. Al het pluimvee moet dan binnenblijven en mag niet meer buiten lopen. Als pluimveehouder ben je verplicht je dieren op te hokken en extra biosecuritymaatregelen te nemen. In dit artikel lees je precies wat ophokplicht inhoudt, hoe je je stal voorbereidt en wat je moet doen als je symptomen van vogelgriep vermoedt.
Wat is ophokplicht en wanneer geldt die voor pluimvee?
Ophokplicht is een maatregel van de overheid waarbij al het pluimvee verplicht binnen moet blijven om verspreiding van vogelgriep te voorkomen. De maatregel geldt voor alle houders van pluimvee in Nederland, ongeacht de omvang van het bedrijf. Zodra de NVWA ophokplicht afkondigt, moet je pluimvee direct en volledig worden opgehokt.
De ophokplicht wordt ingesteld wanneer het risico op insleep van het vogelgriepvirus hoog is. Dat is vrijwel altijd in het najaar en de winter, wanneer trekvogels vanuit besmet gebied naar Nederland vliegen. Het RIVM en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) monitoren de situatie continu. Zodra er signalen zijn van verhoogde aanwezigheid van het virus bij wilde vogels, adviseert het ministerie van LNV de NVWA om de maatregel in te stellen.
De ophokplicht geldt voor alle pluimveesoorten: kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en ook hobbydieren zoals siervogels en duiven. Er is geen uitzondering voor kleine houders. Wie zijn dieren buiten laat lopen tijdens ophokplicht, riskeert een boete en draagt bij aan het risico op een uitbraak.
Hoe bereid je een stal voor op ophokplicht?
Een goede voorbereiding op ophokplicht begint al voordat de maatregel van kracht is. Controleer ventilatie, wateraansluiting, strooiselkwaliteit en bezettingsdichtheid zodat je dieren gezond blijven tijdens de periode dat ze volledig binnen verblijven.
Wanneer pluimvee niet meer buiten kan, verandert de druk op de stal. Let op de volgende punten:
- Ventilatie: Zorg dat je klimaatcomputer goed is ingesteld. Meer dieren binnenshuis betekent meer ammoniakproductie en meer vocht. Pas de instellingen aan op de buitentemperatuur en de bezetting.
- Strooiselkwaliteit: Nat strooisel is een risicofactor voor pootproblemen en darmklachten. Controleer dagelijks en strooi bij waar nodig.
- Waterdruk en drinknippels: Controleer of alle drinknippels goed functioneren. Lekkende nippels veroorzaken nat strooisel en extra ammoniakvorming.
- Bezettingsdichtheid: Als je normaal gesproken uitloop hebt, valt die ruimte weg. Let op tekenen van stress of pikkerij.
- Voorraden: Zorg dat je voldoende strooiselmateriaal, desinfectiemiddelen en eventuele supplementen in huis hebt.
Een goed draaiende stal is de beste bescherming voor je dieren tijdens een ophokperiode. Kleine problemen worden groter als dieren langdurig binnen staan.
Welke biosecuritymaatregelen gelden extra streng tijdens ophokplicht?
Tijdens ophokplicht gelden de standaard biosecurityregels, maar worden ze extra strikt gehandhaafd. Bezoek aan de stal wordt zoveel mogelijk beperkt, en iedereen die de stal betreedt moet zich aan de hygiëneprotocollen houden.
Biosecurity is altijd belangrijk, maar tijdens een verhoogd risico op vogelgriep telt elke zwakke schakel dubbel. Wij komen op veel bedrijven in Noord-Nederland en Duitsland en zien hoe snel ongewenste situaties zich kunnen ontwikkelen als de basisregels niet worden nageleefd. Denk aan:
- Bezoekers tot een minimum beperken en een bezoekersregistratie bijhouden
- Verplicht gebruik van bedrijfskleding en -schoeisel voor iedereen die de stal betreedt
- Voertuigen niet verder het erf op laten rijden dan nodig
- Dode dieren direct en hygiënisch afvoeren
- Geen contact met wilde vogels of water waar wilde vogels gebruik van maken
- Ventilatieopeningen afdekken met gaas om wilde vogels buiten te houden
Houd ook een logboek bij van alle bezoeken en leveringen. Dit is niet alleen verstandig, maar kan ook van belang zijn als er later een onderzoek plaatsvindt.
Hoe herken je vogelgriepsymptomen tijdens de ophokperiode?
Vogelgriep herken je aan een plotselinge sterfte, een sterk verhoogde uitval, een scherpe daling in voer- en wateropname, en zichtbare lichamelijke verschijnselen zoals zwelling van kam en lellen of blauwverkleuring van kammen, lellen en poten.
Tijdens de ophokperiode is het extra belangrijk om je dieren dagelijks goed te observeren. Vogelgriep kan zich razendsnel ontwikkelen. Vroege signalering maakt een groot verschil. Let op:
- Plotselinge sterfte zonder duidelijke oorzaak
- Sterk verminderde voer- en wateropname
- Sufheid, verminderde activiteit en neerhangende vleugels
- Zwelling van kam en lellen
- Blauwverkleuring van kammen, lellen en poten
- Ademhalingsproblemen of neurologische verschijnselen
Vermoed je vogelgriep? Bel dan direct je dierenarts. Wacht niet af. Als onafhankelijke pluimveepraktijk zijn wij 24/7 bereikbaar en vroege signalering van ziekten is een vast onderdeel van onze bedrijfsbegeleiding voor vleeskuikenbedrijven. Je dierenarts schakelt vervolgens de NVWA in als er een ernstig vermoeden is van besmetting. De WBVR analyseert de monsters en maakt de resultaten bekend. De GD ondersteunt dierenartsen en veehouders met diagnostiek en advies.
Wat mag je niet doen tijdens ophokplicht?
Tijdens ophokplicht mag je pluimvee de stal niet verlaten. Uitloop, vrije uitloop of scharrelruimte buiten de stal is verboden, ook als je normaal gesproken een uitloopcertificaat hebt.
Naast het binnenhouden van je dieren gelden er nog meer beperkingen:
- Je mag geen pluimvee aan- of afvoeren zonder toestemming van de NVWA
- Bezoek aan andere pluimveebedrijven wordt sterk afgeraden en is soms verboden
- Je mag geen contact laten ontstaan tussen je pluimvee en wilde vogels
- Markten en tentoonstellingen met levend pluimvee zijn verboden
Voor bedrijven die biologisch of vrije uitloop produceren heeft ophokplicht grote gevolgen voor de productlabeling. Na een bepaalde periode binnenhouden verlies je het recht om het product als “vrije uitloop” of “biologisch” te labelen. Informeer bij je afnemer of certificerende instantie over de geldende regels.
Hoe lang duurt ophokplicht en wanneer wordt die opgeheven?
Ophokplicht duurt zolang het risico op vogelgriep hoog is. Er is geen vaste einddatum. De NVWA heft de maatregel op zodra het risico voldoende is gedaald, wat in de praktijk kan variëren van enkele weken tot meerdere maanden.
De duur hangt af van de situatie bij wilde vogels in Nederland en Europa, het aantal uitbraken bij gehouden pluimvee en de adviezen van wetenschappelijke instanties zoals WBVR en RIVM. In jaren met veel vogelgriepactiviteit kan de ophokplicht de hele winter aanhouden.
Rondom bedrijven waar vogelgriep is vastgesteld, gelden aanvullende zones: een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km. Binnen die zones gelden extra beperkingen voor transport en bezoek. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd; alleen positief geteste bedrijven worden geruimd.
Houd de berichtgeving van de NVWA en het Gezondheidscentrum voor Pluimvee goed in de gaten. Zodra de ophokplicht wordt opgeheven, volgt officieel bericht via de overheidskanalen.
Hoe Gezondheidscentrum voor Pluimvee helpt bij ophokplicht en vogelgrieppreventie
Wij begeleiden vleeskuikenbedrijven in Noord-Nederland en Duitsland door het hele jaar heen, ook en juist tijdens periodes van verhoogd vogelgrieprisico. Wat wij concreet voor je doen:
- Vroege signalering van ziektebeelden door regelmatige bedrijfsbezoeken en monitoring van technische resultaten
- Directe bereikbaarheid: elke klant heeft een vaste dierenarts die het bedrijf kent en 24/7 beschikbaar is
- Advies over biosecuritymaatregelen die passen bij jouw bedrijfssituatie
- Laboratoriumonderzoek voor snelle diagnostiek bij vermoeden van ziekte
- Begeleiding bij het aanpassen van stalklimaatinstellingen en strooiselmanagement tijdens ophokperiodes
- Heldere communicatie over wat de regelgeving voor jouw bedrijf betekent
Wil je weten hoe wij jouw bedrijf kunnen ondersteunen tijdens ophokplicht of bij vogelgrieppreventie? Neem contact met ons op of lees meer over wie wij zijn en hoe wij werken.

