Na een vogelgriepuitbraak stelt de Nederlandse overheid direct twee zones in rondom het besmette bedrijf: een beschermingszone van 3 kilometer en een toezichtszone van 10 kilometer. Binnen deze zones gelden strenge maatregelen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Als pluimveehouder in of nabij een van deze zones ben je verplicht je aan de geldende regels te houden, ook als je eigen dieren (nog) gezond zijn.
Vogelgriep is een van de meest ingrijpende ziektes voor de pluimveesector. Een uitbraak raakt niet alleen het getroffen bedrijf, maar heeft direct gevolgen voor tientallen bedrijven in de omgeving. Weten welke zones worden ingesteld, wat de regels zijn en hoe lang die van kracht blijven, helpt je om snel en goed te handelen als het er echt op aankomt.
Wat zijn de zones die worden ingesteld na een vogelgriepuitbraak?
Na een bevestigde vogelgriepuitbraak stelt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) twee verplichte zones in: een beschermingszone van minimaal 3 kilometer rondom het besmette bedrijf en een toezichtszone van minimaal 10 kilometer. Samen vormen deze zones een buffer die verdere verspreiding van het virus moet tegengaan.
De beschermingszone is de binnenste ring, direct rondom het uitbraakpunt. Hier gelden de zwaarste beperkingen. De toezichtszone is de buitenste ring en omvat een groter gebied waar minder strenge, maar nog steeds belangrijke, regels van kracht zijn. Bij vogelgriepbestrijding geldt alleen een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km rondom positief geteste bedrijven. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd.
Hoe groot zijn de zones rondom een vogelgriepuitbraak?
De beschermingszone heeft een straal van minimaal 3 kilometer rondom het besmette bedrijf. De toezichtszone heeft een straal van minimaal 10 kilometer. Deze afstanden zijn Europees vastgelegd en gelden als minimumvereiste. Bij vogelgriepbestrijding geldt alleen een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km rondom positief geteste bedrijven. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd.
In de praktijk kunnen de zones onregelmatige vormen hebben, omdat geografische grenzen, wegen of waterlichamen soms worden meegenomen bij het bepalen van de exacte begrenzing. De officiële kaarten worden gepubliceerd op de website van de NVWA en via RVO. Als je twijfelt of jouw bedrijf binnen een zone valt, kun je dit altijd direct controleren via deze bronnen of navragen bij je dierenarts.
Welke maatregelen gelden in de beschermingszone rondom vogelgriep?
In de beschermingszone gelden de strengste vogelgriepmaatregelen. Pluimvee mag de zone niet verlaten, transport van pluimvee, eieren, mest en gebruikt strooisel is verboden, en bedrijven zijn verplicht om hun dieren op te hokken als ze dat nog niet doen. Ook bezoekers aan pluimveebedrijven zijn aan banden gelegd.
Concreet gelden in de beschermingszone onder andere de volgende regels:
- Geen transport van levend pluimvee of broedeieren de zone in of uit
- Geen afvoer van pluimveemest of gebruikt strooisel
- Ophokplicht voor al het pluimvee in de zone
- Verplichte registratie van alle bezoekers aan het bedrijf
- Reinigen en ontsmetten van voertuigen die het bedrijf verlaten
- Verbod op het houden van markten, tentoonstellingen of wedstrijden met pluimvee
Bedrijven in de beschermingszone krijgen ook te maken met verplichte bezoeken van de NVWA, die de gezondheidsstatus van de dieren controleert. Vroege signalering van besmetting is daarbij belangrijk. Als onafhankelijke pluimveepraktijk die actief is in Noord-Nederland, zien wij hoe snel een uitbraak de omgeving kan raken. Directe bereikbaarheid en snelle beoordeling van klinische verschijnselen kunnen in die eerste uren het verschil maken.
Wat zijn de regels in de toezichtszone na een vogelgriepuitbraak?
In de toezichtszone zijn de maatregelen minder zwaar dan in de beschermingszone, maar nog steeds ingrijpend. Transport van pluimvee en eieren is beperkt en vereist een vergunning van de NVWA. Pluimveebedrijven moeten verhoogde biosecuritymaatregelen treffen en zijn verplicht verdachte verschijnselen direct te melden.
Binnen de toezichtszone geldt ook een ophokplicht als die landelijk van kracht is. Bedrijven mogen hun dieren niet naar slachterijen of andere bestemmingen buiten de zone vervoeren zonder expliciete toestemming. Eieren mogen onder voorwaarden nog worden afgevoerd, maar uitsluitend naar erkende verwerkingsbedrijven. De NVWA voert in de toezichtszone ook actief surveillance uit, waarbij monsters worden genomen bij bedrijven die risico lopen.
Voor meer informatie over wat wij doen op het gebied van preventie en monitoring kun je terecht op onze pagina over onze dienstverlening voor pluimveebedrijven.
Hoe lang blijven de vogelgriepzones van kracht?
De beschermingszone blijft minimaal 21 dagen van kracht na de laatste reiniging en ontsmetting van het besmette bedrijf. De toezichtszone blijft minimaal 30 dagen actief. Pas als aan alle voorwaarden is voldaan en er geen nieuwe besmettingen zijn vastgesteld, kan de NVWA besluiten de zones op te heffen.
In de praktijk kunnen zones langer van kracht blijven als er nieuwe uitbraken worden vastgesteld binnen of nabij de bestaande zones. Elke nieuwe besmetting start in feite een nieuwe klok. Bij een grootschalige uitbraak, waarbij meerdere bedrijven tegelijk besmet raken, kan het weken tot maanden duren voordat alle zones worden opgeheven. De NVWA communiceert de status van de zones actief via haar website en via de officiële media.
Wat moet een pluimveehouder doen bij een vermoeden van vogelgriep?
Bij een vermoeden van vogelgriep moet je direct contact opnemen met je dierenarts. Zwelling van kam en lellen en blauwverkleuring van kammen, lellen en poten zijn alarmsignalen. Je dierenarts beoordeelt de situatie en schakelt indien nodig de NVWA in. Zelf melden bij de NVWA kan ook via het landelijk meldpunt.
Ondertussen neem je direct de volgende stappen:
- Beperk het bezoek aan de stal tot het strikt noodzakelijke
- Zorg dat bezoekers die al in de stal zijn geweest het bedrijf niet verlaten zonder te reinigen en te ontsmetten
- Voer geen dieren of materialen af totdat er duidelijkheid is
- Noteer wanneer je de eerste verschijnselen hebt opgemerkt
- Wacht op instructies van je dierenarts of de NVWA
Vogelgriep is een meldingsplichtige ziekte. Dat betekent dat je als houder wettelijk verplicht bent om verdachte verschijnselen te melden. Hoe eerder je belt, hoe groter de kans dat verdere verspreiding wordt voorkomen. Op de website van het Gezondheidscentrum voor Pluimvee vind je altijd de actuele contactgegevens voor een snelle melding.
Hoe het Gezondheidscentrum voor Pluimvee helpt bij vogelgrieppreventie en uitbraakbeheer
Een vogelgriepuitbraak in de buurt raakt je bedrijf direct, ook als je eigen dieren gezond zijn. Wij helpen pluimveehouders in Noord-Nederland en Duitsland om goed voorbereid te zijn en snel te handelen als het nodig is. Dat doen we concreet op de volgende manieren:
- Vroege signalering: Wij begeleiden bedrijven met regelmatige bezoeken en monitoren technische resultaten en klinische verschijnselen actief, zodat afwijkingen snel opvallen
- Directe bereikbaarheid: Elke klant heeft een vaste dierenarts die het bedrijf kent en 24/7 bereikbaar is, zonder centrale planning of wachttijden
- Biosecurityadvies: We beoordelen de biosecuritysituatie op jouw bedrijf en geven concrete aanbevelingen die aansluiten bij de praktijk
- Vaccinatieprogramma: We stellen een doelmatig vaccinatieprogramma op dat aansluit bij de risico’s in jouw regio
- Ondersteuning bij uitbraak: Bij een vermoeden van vogelgriep staan we direct klaar om te beoordelen, te melden en te begeleiden
Wil je weten hoe wij jouw bedrijf kunnen helpen bij het verlagen van het risico op vogelgriep of hoe we omgaan met uitbraken in de regio? Neem contact met ons op of lees meer over wie wij zijn en hoe we werken.
