Vleeskuikens op droog houtkrullenstrooisel in een schaars verlichte pluimveestal met biosecuritywaarschuwingstape op de achtergrond.

Welke regels gelden voor pluimveehouders bij vogelgriep?

Vogelgriep is voor pluimveehouders een van de meest ingrijpende ziektes waarmee je te maken kunt krijgen. De gevolgen zijn groot: voor je dieren, je bedrijf en de mensen om je heen. Gelukkig zijn er duidelijke regels die bepalen wat je moet doen bij een vermoeden of uitbraak, en die regels zijn er niet voor niets. In dit artikel zetten we de belangrijkste verplichtingen en maatregelen voor je op een rij, zodat je precies weet waar je aan toe bent.

Kort gezegd: als pluimveehouder ben je verplicht om verdachte ziekteverschijnselen te melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), je dieren op te hokken als de overheid dat oplegt, en te voldoen aan strenge biosecurityregels. Bij een bevestigde uitbraak op jouw bedrijf neemt de overheid direct de regie over. Hieronder lees je precies hoe dat in de praktijk werkt.

Welke regels gelden er bij een vogelgriepuitbraak?

Bij een vogelgriepuitbraak in Nederland gelden wettelijke regels op basis van Europese en nationale wetgeving. De overheid stelt, via de NVWA en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, beschermings- en toezichtzones in rondom een besmet bedrijf. Binnen die zones gelden extra verplichtingen voor alle pluimveehouders, ook als hun eigen dieren niet ziek zijn.

De regels zijn onderverdeeld in twee typen zones: een beschermingszone (straal van 3 kilometer rondom het besmette bedrijf) en een toezichtzone (straal van 10 kilometer). In de beschermingszone gelden de strengste beperkingen, zoals een verbod op het verplaatsen van dieren, eieren en mest. In de toezichtzone zijn de regels iets minder streng, maar ook daar mag je dieren niet zomaar verplaatsen zonder toestemming. Als pluimveehouder in een van die zones ben je verplicht je aan die regels te houden, ook als jouw eigen koppel gezond lijkt.

Wanneer is een pluimveehouder verplicht vogelgriep te melden?

Je bent verplicht om vogelgriep te melden zodra je ziekteverschijnselen ziet die kunnen wijzen op een besmetting. Denk aan plotselinge sterfte, een sterk verminderde voer- of wateropname, neurologische verschijnselen of een forse daling van de eiproductie. Je hoeft niet te wachten op zekerheid: bij een gegrond vermoeden bel je direct de NVWA.

De meldplicht voor vogelgriep is vastgelegd in de Wet dieren. Dit betekent dat je als pluimveehouder wettelijk verplicht bent om verdachte gevallen te melden, ook als je twijfelt. Te laat melden kan leiden tot een grotere verspreiding van het virus en heeft ook juridische gevolgen. De NVWA stuurt na een melding zo snel mogelijk een dierenarts om monsters te nemen en het vermoeden te bevestigen of uit te sluiten. Wacht dus niet af en neem bij twijfel contact op met je dierenarts of direct met de NVWA.

Wat is de ophokplicht en wanneer geldt die?

De ophokplicht houdt in dat pluimvee verplicht binnen gehouden moet worden, zodat contact met wilde vogels wordt voorkomen. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan een landelijke ophokplicht instellen zodra het risico op vogelgriep hoog is, bijvoorbeeld bij verhoogde activiteit van trekvogels of uitbraken in de buurt.

De ophokplicht geldt voor al het gehouden pluimvee, inclusief kippen, kalkoenen, eenden en siergevogelte. Het maakt niet uit of je een groot commercieel bedrijf hebt of een kleine hobbymatige houderij: de verplichting geldt voor iedereen. De ophokplicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de NVWA. Houd die kanalen dus goed in de gaten, zeker in het najaar en de winter, wanneer het risico het hoogst is. Meer informatie over hoe wij pluimveehouders begeleiden bij dit soort verplichtingen vind je op onze pagina over bedrijfsbegeleiding en diergezondheid.

Welke biosecuritymaatregelen zijn verplicht bij vogelgriep?

Bij een verhoogd risico op vogelgriep zijn pluimveehouders verplicht om aanvullende biosecuritymaatregelen te nemen. De basisregels zijn altijd van kracht, maar bij een officieel vastgesteld hoog risico of een actieve uitbraak in de regio worden extra eisen gesteld via ministeriรซle regelingen.

De verplichte biosecuritymaatregelen bij vogelgriep omvatten onder meer:

  • Afschermen van drinkwater, zodat wilde vogels er niet bij kunnen
  • Verwijderen of afdekken van voer dat wilde vogels kan aantrekken
  • Voorkomen van contact tussen pluimvee en wilde vogels, ook via ventilatieopeningen
  • Registreren van bezoekers en het beperken van de toegang tot de stal
  • Gebruik van bedrijfskleding en ontsmetting bij het betreden van de stal

Wij komen op veel bedrijven in Noord-Nederland en Duitsland en zien daardoor snel welke maatregelen in de praktijk goed werken en waar de risico’s zitten. Die praktijkervaring helpt ons om ongewenste ontwikkelingen vroeg te signaleren en tijdig in te grijpen, voordat een situatie escaleert.

Wat gebeurt er als vogelgriep wordt vastgesteld op een bedrijf?

Als vogelgriep officieel wordt vastgesteld op een pluimveebedrijf, neemt de NVWA direct de regie over. Het bedrijf wordt geblokkeerd en alle dieren op het besmette bedrijf worden geruimd. Dit is een wettelijke verplichting en de pluimveehouder heeft hierin geen keuze.

Na de ruiming volgt een grondige reiniging en desinfectie van de stallen, het materieel en het erf. Pas als de NVWA heeft vastgesteld dat het bedrijf vrij is van het virus, mag je weer nieuwe dieren plaatsen. Rondom het besmette bedrijf worden de beschermings- en toezichtzones ingesteld zoals eerder beschreven. Bedrijven binnen die zones worden bezocht en onderzocht. Bij vogelgriepbestrijding geldt alleen een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km rondom positief geteste bedrijven. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd. De financiรซle gevolgen kunnen groot zijn, maar via het Diergezondheidsfonds is er een vergoedingsregeling voor geruimde dieren.

Hoe kunnen pluimveehouders vogelgriep vroeg herkennen?

Vogelgriep vroeg herkennen begint bij het goed kennen van je eigen koppel. Signalen die kunnen wijzen op een besmetting zijn: een plotselinge toename van uitval, verminderde activiteit, dieren die minder eten of drinken, zwelling van kam en lellen en blauwverkleuring van kammen, lellen en poten, en neurologische verschijnselen zoals draaien of vallen.

Naast klinische verschijnselen is het ook nuttig om te letten op ongewone sterfte onder wilde vogels in de buurt van je bedrijf. Dat kan een vroeg signaal zijn dat het virus in de omgeving circuleert. Periodieke monitoring en laboratoriumonderzoek helpen je om subklinische besmettingen op te sporen voordat ze zichtbaar worden. Als onafhankelijke pluimveepraktijk is vroege signalering van ziektes een vast onderdeel van onze begeleiding: we bezoeken je bedrijf regelmatig en zijn 24/7 bereikbaar als je iets verdachts ziet. Kijk op gvp-emmen.nl voor meer informatie over onze aanpak.

Hoe Gezondheidscentrum voor Pluimvee helpt bij vogelgrieppreventie en -begeleiding

Vogelgriep vraagt om snelle actie en een dierenarts die jouw bedrijf echt kent. Bij GvP Emmen werken we met vaste dierenartsen per bedrijf, zodat we precies weten wat normaal is voor jouw koppel en afwijkingen direct opvallen. Onze begeleiding bij vogelgriep omvat:

  • Vroege signalering via routinematige bedrijfsbezoeken en monitoring van technische resultaten
  • Laboratoriumonderzoek voor snelle bevestiging of uitsluiting van besmetting
  • Advies over biosecuritymaatregelen afgestemd op jouw staltype en bedrijfssituatie
  • Begeleiding bij meldprocedures zodat je weet wat je wanneer moet doen
  • 24/7 bereikbaarheid voor als er iets misgaat buiten kantooruren

Wil je weten hoe wij jouw bedrijf kunnen begeleiden bij vogelgrieppreventie? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. Of lees eerst meer over wie wij zijn en hoe we werken.

Gerelateerde artikelen