Coccidiostatica gebruik je in het voer van vleeskuikens als preventieve maatregel tegen coccidiose, een darmparasiet die vrijwel op elk pluimveebedrijf voorkomt. Ze worden standaard toegevoegd aan het voer van niet-gevaccineerde vleeskuikens, vanaf de eerste dag tot enkele dagen voor de slacht. Of je kiest voor coccidiostatica of vaccinatie hangt af van je bedrijfssituatie, het afzetkanaal en de eisen van de slachterij. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over coccidiostatica bij vleeskuikens.
Wat is coccidiose en hoe ontstaat het bij vleeskuikens?
Coccidiose is een darminfectie veroorzaakt door eencellige parasieten van het geslacht Eimeria. Bij vleeskuikens zijn meerdere soorten relevant, waarvan Eimeria acervulina, E. maxima en E. tenella de meeste schade veroorzaken. De parasieten beschadigen de darmwand, wat leidt tot slechte voederconversie, groeivertraging en in ernstige gevallen bloederige mest en verhoogde uitval.
Coccidiose ontstaat doordat kuikens oöcysten opnemen via de strooisellaag. Die oöcysten overleven lang in de stal en rijpen bij voldoende warmte en vochtigheid snel uit tot infectieuze vormen. In een warme, vochtige stal met nat strooisel kan de infectiedruk razendsnel oplopen. Jonge kuikens zijn het meest kwetsbaar omdat hun immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld. Naarmate kuikens ouder worden, bouwen ze van nature een zekere weerstand op, maar in de eerste weken zijn ze erg gevoelig voor een uitbraak.
Hoe werken coccidiostatica in het voer?
Coccidiostatica zijn chemische of ionofore middelen die via het voer worden toegediend en de ontwikkeling van Eimeria-parasieten in de darm remmen of onderbreken. Ze doden de parasieten niet volledig, maar geven het kuiken de ruimte om geleidelijk weerstand op te bouwen terwijl de infectiedruk beheersbaar blijft.
Er zijn twee hoofdgroepen:
- Ionofore coccidiostatica (zoals monensin, salinomycine en lasalocid): dit zijn natuurlijk geproduceerde stoffen die de ionenbalans in de parasiet verstoren. Ze werken breedspectrum en zijn effectief tegen meerdere Eimeria-soorten tegelijk.
- Chemische coccidiostatica (zoals diclazuril en toltrazuril): synthetisch geproduceerde middelen die gericht ingrijpen op specifieke stadia van de parasietcyclus. Ze worden soms ingezet als rotatieproduct om resistentie te beperken.
Omdat coccidiostatica via het voer worden toegediend, is een gelijkmatige verdeling in het voer belangrijk. Een ongelijkmatige dosering kan leiden tot onderbescherming in een deel van het koppel, of juist tot toxiciteitsproblemen bij te hoge opname.
Wanneer zijn coccidiostatica verplicht of aanbevolen in het voer?
Coccidiostatica zijn niet wettelijk verplicht, maar ze zijn sterk aanbevolen voor alle niet-gevaccineerde vleeskuikens. In de praktijk worden ze standaard opgenomen in het voer van vleeskuikens die geen coccidiose-vaccinatie hebben ontvangen. Zonder preventie is een uitbraak op de meeste bedrijven een kwestie van wanneer, niet of.
De aanbeveling om coccidiostatica te gebruiken geldt in het bijzonder wanneer:
- Er geen coccidiose-vaccinatie is toegepast in de broederij
- Het strooisel vochtig is of de stal moeilijk droog te houden is
- Er een hoge bezettingsdichtheid is
- Er eerder problemen met coccidiose zijn geweest op het bedrijf
- Jonge koppels snel groeien en daardoor extra gevoelig zijn
Coccidiostatica worden toegevoegd aan het voer van dag één tot aan de zogenaamde withdrawal period, de periode voor de slacht waarin het middel uit het voer wordt weggelaten. Die periode verschilt per middel en staat vermeld in de productregistratie. Je voerleverancier verwerkt de coccidiostatica doorgaans al in het standaard kuikenvoer, maar het is altijd verstandig dit te bevestigen.
Welke coccidiostatica zijn toegestaan in vleeskuikenvoer?
In de Europese Unie zijn coccidiostatica toegelaten als voederadditief, niet als diergeneesmiddel. Ze vallen daarmee onder de voedermiddelenwetgeving en worden gereguleerd via een Europese lijst van toegestane additieven. De toegelaten middelen worden periodiek herzien.
Veelgebruikte en in Nederland toegestane coccidiostatica voor vleeskuikens zijn onder andere:
- Monensin
- Salinomycine
- Lasalocid
- Narasin
- Diclazuril
- Maduramicine
- Robenidine
Welk middel het beste past bij jouw bedrijf hangt af van de specifieke Eimeria-druk, eventuele resistentiepatronen in de regio en de eisen van de slachterij of integratie. Een goede coccidiose-aanpak begint bij inzicht in welke soorten op jouw bedrijf actief zijn.
Wat zijn de risico’s van verkeerd gebruik van coccidiostatica?
Verkeerd gebruik van coccidiostatica leidt tot resistentie, toxiciteitsproblemen of onvoldoende bescherming. Dit zijn geen theoretische risico’s, maar praktische problemen die op bedrijven voorkomen wanneer er te lang hetzelfde middel wordt gebruikt of wanneer de dosering niet klopt.
De belangrijkste risico’s zijn:
- Resistentieontwikkeling: als dezelfde werkzame stof jarenlang wordt gebruikt, kunnen Eimeria-populaties minder gevoelig worden. Rotatie van middelen helpt dit te vertragen.
- Toxiciteit bij onjuiste dosering: ionofore coccidiostatica zoals monensin en salinomycine kunnen bij te hoge doses schadelijk zijn voor kuikens en zijn bij bepaalde concentraties ook gevaarlijk voor paarden en andere diersoorten in de omgeving.
- Interacties met andere middelen: sommige coccidiostatica reageren negatief met bepaalde antibiotica, zoals tiamuline. Dit kan leiden tot ernstige toxiciteitsproblemen. Controleer altijd op interacties voordat je een antibioticum inzet naast een coccidiostaticum.
- Residuen in vlees: als de withdrawal period niet wordt aangehouden, kunnen residuen in het vlees terechtkomen. Dit leidt tot afkeuringen en problemen met de slachterij.
Op gvp-emmen.nl vind je meer informatie over de begeleiding van vleeskuikenbedrijven en het verantwoord inzetten van preventieve middelen.
Wanneer kies je voor vaccinatie in plaats van coccidiostatica?
Vaccinatie tegen coccidiose is een alternatief voor coccidiostatica in het voer en wordt ingezet wanneer een bedrijf kiest voor een antibioticaresistentie-arme aanpak, werkt voor een specifiek afzetkanaal of wanneer de slachterij of integratie dit vereist. De keuze hangt sterk af van de bedrijfsstrategie en de eisen in de keten.
Vaccinatie werkt met levend verzwakte Eimeria-stammen die in de broederij via het voer, drinkwater of spray worden toegediend. De kuikens bouwen daarna op een gecontroleerde manier weerstand op via een milde infectie in de eerste levensweken. Dit vraagt om voldoende strooiselkwaliteit en een stabiel stalklimaat, zodat de oöcysten de kans krijgen om het koppel te doorlopen.
Vaccinatie is een goede keuze als:
- Je bedrijf werkt voor een afzetkanaal dat geen coccidiostatica in het voer toestaat (zoals bepaalde biologische of vrije-uitloopconcepten)
- Er resistentie is opgetreden tegen de beschikbare coccidiostatica
- Je bewust kiest voor een bredere preventieve aanpak met minder afhankelijkheid van voederadditieven
Een nadeel van vaccinatie is dat het de eerste weken meer vraagt van het management. De strooiselkwaliteit en het stalklimaat moeten op orde zijn voor een goede werking. Combineert een bedrijf vaccinatie met een slechte strooiselkwaliteit, dan kan de infectiedruk juist te hoog oplopen.
Hoe GvP helpt bij de aanpak van coccidiose
Bij GvP Emmen helpen we vleeskuikenhouders om coccidiose goed te beheersen, of je nu kiest voor coccidiostatica in het voer of voor vaccinatie. We combineren praktijkervaring op bedrijven in Noord-Nederland en Duitsland met voedingsonderzoek via ons Poultry Research Innovation Center, zodat we je concreet advies kunnen geven dat past bij jouw bedrijfssituatie.
Wat we voor je kunnen doen:
- Beoordelen welke Eimeria-soorten actief zijn op jouw bedrijf via laboratoriumonderzoek
- Advies geven over de keuze tussen coccidiostatica en vaccinatie, afgestemd op jouw afzetkanaal en de eisen van de slachterij
- Controleren op interacties tussen coccidiostatica en andere middelen die je inzet
- Strooiselkwaliteit en stalklimaat meenemen in de beoordeling, zodat preventie ook in de praktijk werkt
- Rotatieschema’s opstellen om resistentieontwikkeling te beperken
Wil je weten hoe jouw bedrijf er op dit moment voor staat? Lees meer over onze begeleiding van vleeskuikenbedrijven of neem contact op voor een gesprek over de gezondheid van jouw koppels.
