Vleeskuikens lopen vrij rond op stro in een verlichte stal met natuurlijk daglicht en warme aardtinten.

Wat doet de overheid bij vogelgriep?

Als er vogelgriep wordt vastgesteld in Nederland, treedt de overheid direct en vastberaden op. Ze doet dat niet alleen om de uitbraak te stoppen, maar ook om verspreiding naar andere bedrijven en naar mensen te voorkomen. De aanpak is wettelijk vastgelegd en volgt een vast protocol: van melding en ruiming tot vergoeding en het opheffen van beperkingen. In dit artikel lees je precies wat de overheid doet bij vogelgriep en wat je als pluimveehouder kunt verwachten.

Wat is vogelgriep en waarom grijpt de overheid in?

Vogelgriep, ook wel aviaire influenza genoemd, is een besmettelijke virusziekte die voorkomt bij pluimvee en in sommige gevallen gevaarlijk kan zijn voor mensen. De overheid grijpt in bij vogelgriep omdat het virus zich razendsnel kan verspreiden tussen pluimveebedrijven en wilde vogels, met grote gevolgen voor de pluimveesector en de volksgezondheid.

Er zijn twee hoofdvormen: laagpathogene aviaire influenza (LPAI) en hoogpathogene aviaire influenza (HPAI). Bij HPAI is de sterfte onder pluimvee hoog en zijn de economische gevolgen enorm. Vanwege het risico op verspreiding via lucht, mest, materieel en mensen is overheidsoptreden noodzakelijk om een uitbraak snel te beheersen. Nederland is een dichtbevolkt land met een grote pluimveesector, wat het risico op kettingbesmettingen extra groot maakt.

Hoe herkent de overheid een vogelgriepuitbraak?

De overheid herkent een vogelgriepuitbraak via verplichte meldingen van pluimveehouders, dierenartsen of slachterijen, gevolgd door laboratoriumonderzoek door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Pas na bevestiging van het virus in een officieel laboratorium wordt een uitbraak officieel vastgesteld.

Signalen die aanleiding geven tot onderzoek zijn onder meer: verhoogde uitval, een plotselinge daling van de voer- en wateropname, ademhalingsproblemen en neurologische verschijnselen bij dieren. De NVWA neemt na een melding monsters af. De WBVR analyseert de monsters en maakt de resultaten bekend. De NVWA handhaaft en coördineert de bestrijding. De GD ondersteunt dierenartsen en veehouders met diagnostiek en advies. Bij een positieve uitslag volgt direct actie. Vroege signalering is hierbij alles: hoe sneller een vermoeden wordt gemeld, hoe groter de kans dat verspreiding wordt beperkt.

Welke maatregelen neemt de overheid direct na een uitbraak?

Direct na bevestiging van een vogelgriepuitbraak neemt de overheid een reeks dwingende maatregelen om verdere verspreiding te stoppen. De belangrijkste zijn: ruiming van het besmette bedrijf, de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rondom de uitbraaklocatie en een vervoersverbod voor pluimvee en pluimveeproducten.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Ruiming: alle dieren op het besmette bedrijf worden zo snel mogelijk geruimd en vernietigd.
  • Beschermingsgebied: een zone van minimaal 3 kilometer rondom het besmette bedrijf, met strenge beperkingen voor het vervoer van dieren en producten.
  • Toezichtsgebied: een zone van minimaal 10 kilometer, met aanvullende maatregelen zoals een ophokplicht en vervoersverboden.
  • Surveillance: bedrijven in de omgeving worden bezocht en bemonsterd om eventuele verdere besmettingen op te sporen.

Bij vogelgriepbestrijding geldt alleen een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km rondom positief geteste bedrijven. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd. De NVWA coördineert de uitvoering van deze maatregelen. In ernstige gevallen kan ook een nationaal vervoersverbod worden ingesteld. Als je meer wilt weten over wat wij als onafhankelijke pluimveepraktijk doen op het gebied van vroege signalering en begeleiding bij ziekterisico’s, lees dan verder op onze pagina over onze dienstverlening aan pluimveebedrijven.

Wie betaalt de schade bij een vogelgriepruiming?

Bij een verplichte ruiming door de overheid heeft de pluimveehouder recht op een vergoeding via het Diergezondheidsfonds (DGF). Deze vergoeding dekt de waarde van de geruimde dieren, maar dekt niet altijd alle gevolgschade, zoals leegstand, reinigings- en desinfectiekosten of gederfde inkomsten.

De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op taxatiewaarden die door de overheid worden vastgesteld. Pluimveehouders betalen zelf ook mee aan het DGF via een heffing per dier. De vergoeding is bedoeld als vangnet, maar in de praktijk ervaren veel houders dat de werkelijke schade hoger uitvalt dan het bedrag dat zij ontvangen. Aanvullende verzekeringen voor gevolgschade zijn daarom voor veel bedrijven een verstandige overweging.

Hoe lang duurt een vogelgriepblokkade voor een pluimveebedrijf?

Een vogelgriepblokkade duurt minimaal 21 dagen na de laatste ruiming of na de reiniging en desinfectie in het beschermingsgebied, maar in de praktijk kan dit langer duren, afhankelijk van nieuwe uitbraken in de omgeving of de uitkomsten van de surveillance.

De exacte duur hangt af van meerdere factoren:

  • Of er nieuwe besmettingen worden gevonden in de omgeving
  • De uitkomsten van verplichte monitoring op bedrijven in het toezichtsgebied
  • Europese regelgeving, die minimumeisen stelt aan de duur van beperkingen

Bedrijven in een beschermings- of toezichtsgebied mogen in die periode geen dieren aanvoeren of afvoeren, tenzij de NVWA daar expliciet toestemming voor geeft. Dit heeft grote gevolgen voor de planning van opzet en aflevering. Het is daarom belangrijk om zo vroeg mogelijk contact op te nemen met je dierenarts en de NVWA zodra je in een risicogebied valt.

Wat moet een pluimveehouder zelf doen bij een vermoeden van vogelgriep?

Bij een vermoeden van vogelgriep ben je als pluimveehouder wettelijk verplicht dit direct te melden bij de NVWA via het meldnummer 0900-1970. Wacht niet af en bel ook direct je dierenarts. Hoe sneller je meldt, hoe groter de kans dat verspreiding wordt voorkomen.

Naast het melden zijn er direct een aantal stappen die je zelf kunt nemen:

  1. Beperk bezoek aan de stal tot een minimum en zorg dat bezoekers beschermende kleding dragen.
  2. Stop het vervoer van dieren, eieren, mest en materieel totdat de NVWA toestemming geeft.
  3. Noteer je bevindingen: wanneer begonnen de verschijnselen, hoeveel dieren zijn aangedaan en wat is de uitval?
  4. Wacht op instructies van de NVWA en voer geen eigen maatregelen uit die het onderzoek kunnen verstoren.

Vogelgriep melden voelt misschien als een grote stap, maar uitstel maakt de situatie altijd erger, zowel voor jouw bedrijf als voor de buren. Op de website van GvP Emmen vind je meer informatie over hoe wij pluimveebedrijven ondersteunen bij ziektepreventie en crisismanagement.

Hoe Gezondheidscentrum voor Pluimvee helpt bij vogelgriep en ziektepreventie

Bij GvP Emmen helpen we pluimveehouders in Noord-Nederland en Duitsland om vogelgriep zo vroeg mogelijk te herkennen en de risico’s te beperken. Vroege signalering van ongewenste ontwikkelingen is een vast onderdeel van onze begeleiding: we monitoren technische resultaten en bezoeken bedrijven regelmatig, zodat we afwijkingen snel opmerken. Als onafhankelijke pluimveepraktijk zijn we 24/7 bereikbaar en hoef je niet via een centrale planning te gaan.

Wat wij concreet voor je doen:

  • Routinematige bedrijfsbegeleiding met aandacht voor biosecurity en ziektepreventie
  • Laboratoriumonderzoek voor vroege detectie van gezondheidsproblemen
  • Advies over vaccinatieprogramma’s en preventieve maatregelen
  • Directe ondersteuning bij een vermoeden van vogelgriep of andere uitbraken
  • Samenwerking met broederijen, slachterijen en voerleveranciers voor een gezonde keten

Wil je weten hoe wij jouw bedrijf kunnen begeleiden? Neem contact met ons op of lees meer over wie wij zijn en hoe we werken.

Gerelateerde artikelen