Als er een vermoeden is van vogelgriep op jouw bedrijf, treedt de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) direct in actie. Zij is de bevoegde autoriteit in Nederland als het gaat om de bestrijding van besmettelijke dierziekten, waaronder vogelgriep. De NVWA voert inspecties uit, bevestigt de diagnose, legt maatregelen op en coördineert de toezichtszones rondom een uitbraak. Hoe dat er in de praktijk uitziet en wat jij als pluimveehouder kunt verwachten, lees je hieronder.
Wat is de rol van de NVWA bij een vogelgriepuitbraak?
De NVWA is de uitvoerende overheidsinstantie die in Nederland verantwoordelijk is voor de bestrijding van vogelgriep. Zodra er een vermoeden of bevestiging is van hoogpathogene vogelgriep (HPAI), neemt de NVWA het voortouw. Zij beslist over diagnostiek, ruiming, vervoersverboden en toezichtszones, en rapporteert aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
De NVWA handelt op basis van Europese wetgeving en nationale regelgeving rondom dierziektebestrijding. Dit betekent dat de maatregelen die zij oplegt niet onderhandelbaar zijn. Hoe pijnlijk dat soms ook is: het doel is altijd om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, zowel binnen de pluimveesector als richting de volksgezondheid.
Hoe verloopt een NVWA-inspectie na een vermoeden van vogelgriep?
Na een melding van verhoogde sterfte of ziekteverschijnselen die op vogelgriep kunnen wijzen, stuurt de NVWA zo snel mogelijk een inspecteur naar het bedrijf. De inspecteur neemt monsters af van zieke of gestorven dieren en stuurt deze naar het laboratorium voor onderzoek. De WBVR analyseert de monsters en maakt de resultaten bekend. De NVWA handhaaft en coördineert de bestrijding. De GD ondersteunt dierenartsen en veehouders met diagnostiek en advies. In afwachting van de uitslag geldt er al een voorlopige standstill.
De uitslag van het laboratoriumonderzoek bepaalt de vervolgstappen. Bij een negatieve uitslag wordt de standstill opgeheven. Bij een positieve uitslag voor hoogpathogene vogelgriep gaat de NVWA direct over tot formele maatregelen. De doorlooptijd van monstername tot uitslag is doorgaans 24 tot 48 uur, maar in de praktijk handelt de NVWA al preventief zolang de uitslag nog niet bekend is.
Welke maatregelen neemt de NVWA direct na een bevestigde uitbraak?
Na een bevestigde uitbraak van hoogpathogene vogelgriep neemt de NVWA direct een reeks verplichte maatregelen. Het besmette bedrijf wordt geruimd, er worden beschermingszones en toezichtszones ingesteld, en vervoersbewegingen van pluimvee, eieren en mest worden aan banden gelegd.
Concreet gaat het om de volgende acties:
- Ruiming van het besmette bedrijf: alle aanwezige pluimvee worden gedood om verspreiding te stoppen.
- Reiniging en desinfectie: de stallen worden grondig ontsmet voordat het bedrijf weer in gebruik mag worden genomen.
- Vervoersverbod: transport van levend pluimvee, broedeieren, mest en gebruikt strooisel is verboden binnen de zones.
- Ophokplicht: pluimvee in de omgeving moet binnen worden gehouden.
- Verhoogde surveillance: bedrijven in de omgeving worden actief gemonitord op ziekteverschijnselen.
De NVWA werkt hierbij nauw samen met de Gezondheidsdienst voor Dieren en andere ketenpartijen om de situatie zo snel mogelijk onder controle te krijgen.
Wat zijn de verplichtingen van de pluimveehouder tijdens een NVWA-onderzoek?
Als pluimveehouder ben je verplicht om volledig mee te werken aan het NVWA-onderzoek. Dit betekent dat je toegang verleent tot je stallen, meewerkt aan bemonstering en alle relevante informatie verstrekt waar de NVWA om vraagt, zoals gegevens over de aanvoer van dieren, bezoekers en vervoersbewegingen.
Concreet houdt dit in dat je:
- de NVWA-inspecteur direct toegang geeft tot het bedrijf
- geen dieren, mest of materialen van het bedrijf afvoert zonder toestemming
- alle vervoersbewegingen en contacten van de afgelopen weken kunt reconstrueren
- je medewerkers instrueert om het bedrijf niet te verlaten zonder overleg met de NVWA
Niet meewerken aan een NVWA-onderzoek kan juridische gevolgen hebben. Bovendien vertraagt het de afhandeling, wat de schade voor jou en de omgeving alleen maar groter maakt. Als je als pluimveehouder begeleiding wilt bij het herkennen en melden van ziektesignalen, is het verstandig om dat vooraf goed te regelen via een vaste pluimveedierenarts.
Hoe ver reikt de toezichtszone rondom een vogelgriepbedrijf?
Bij vogelgriepbestrijding geldt alleen een beschermingsgebied van 3 km en een toezichtsgebied van 10 km rondom positief geteste bedrijven. Preventieve ruimingen worden niet meer uitgevoerd.
In de beschermingszone geldt een volledig vervoersverbod voor pluimvee en pluimveeproducten. Bedrijven in deze zone worden actief bezocht en bemonsterd door de NVWA. In de toezichtszone mag pluimvee niet worden vervoerd zonder toestemming en zijn commerciële contacten met bedrijven buiten de zone beperkt. De exacte grenzen van de zones worden bepaald op basis van geografische en epidemiologische factoren.
Voor bedrijven die net buiten de zones vallen, is waakzaamheid geboden. De NVWA kan de zones uitbreiden als de situatie daartoe aanleiding geeft.
Wat kan een pluimveehouder doen om een NVWA-ingreep te voorkomen?
Een NVWA-ingreep voorkomen begint bij het consequent toepassen van goede biosecurity en het vroeg herkennen van ziektesignalen. Hoe beter je bedrijf is beschermd tegen insleep van het virus, hoe kleiner de kans dat de NVWA ooit bij jou op de stoep staat.
Praktische stappen die je kunt zetten:
- Biosecurity op orde: beperk bezoek, gebruik schone kleding en schoeisel, en houd een strikte scheiding tussen vuile en schone zones.
- Vroege signalering: reageer direct op verhoogde uitval, verminderde voer- of wateropname of andere afwijkende signalen.
- Meld tijdig: neem bij twijfel over de oorzaak van ziekteverschijnselen direct contact op met je dierenarts en wacht niet af.
- Documenteer: houd een logboek bij van bezoekers, vervoersbewegingen en aanvoer van dieren of materialen.
- Vaccinatieprogramma: bespreek met je dierenarts of een vaccinatiestrategie zinvol is voor jouw bedrijfssituatie.
Vroeg ingrijpen is altijd beter dan laat. Een goed draaiend begeleidingsprogramma met periodieke monitoring helpt je om afwijkingen te signaleren voordat ze uitgroeien tot een uitbraak. Op gvp-emmen.nl vind je meer informatie over hoe dat er in de praktijk uitziet.
Hoe het Gezondheidscentrum voor Pluimvee helpt bij vogelgrieppreventie en -begeleiding
Bij GvP Emmen zijn we als onafhankelijke pluimveepraktijk dagelijks bezig met vroege signalering en preventie van ziekten zoals vogelgriep. Elke klant heeft bij ons een vaste pluimveedierenarts die het bedrijf kent, 24/7 bereikbaar is en direct kan handelen als er iets niet klopt. Je hoeft niet via een centrale planning te gaan. We werken actief in Noord-Nederland en Duitsland, waardoor we ongewenste ontwikkelingen snel herkennen en tijdig kunnen ingrijpen.
Wat we concreet voor je doen:
- Routinematige begeleiding met monitoring van diergezondheid en vroege signalering
- Ondersteuning bij het opstellen en uitvoeren van een doelmatig vaccinatieprogramma
- Begeleiding bij biosecurity en het verlagen van het risico op insleep van vogelgriep
- Laboratoriumonderzoek voor tijdige detectie van ziektesignalen, inclusief monitoring van volksgezondheidsrisico’s
- Directe beschikbaarheid bij calamiteiten, ook buiten kantooruren
Wil je weten hoe we jouw bedrijf kunnen begeleiden bij vogelgrieppreventie of heb je nu al vragen? Neem direct contact met ons op of lees meer over wie wij zijn en hoe wij werken.
