Het Stalklimaat in de Winter

De meeste pluimveehouders hebben een vast schema als ze de stal voorbereiden op het nieuwe koppel. Er bestaat dan altijd enige tijdsdruk. Als er een onverwacht technisch probleem ontstaat, dan schuift het hele schema op en bestaat het risico dat de ontvangstomstandigheden voor de eendagskuikens niet optimaal zullen zijn.

Sommige pluimveehouders zijn van nature geneigd hetzelfde schema als van de vorige koppel te hanteren, terwijl de leeftijd van het moederdier, het type eendagskuiken (regulier of traaggroeiend) of het huisvestingssysteem (wel of geen ‘early-feeding’) ten opzichte van het vorige koppel anders is. In feite is er geen eenduidig standaardprogramma mogelijk. ‘Fine-tunen’ en inspelen op de behoefte van de eendagskuikens is van groot belang om de gewenste groeicurve te kunnen volgen. Het spreekt dan ook voor zich dat een te krappe planning in de leegstand een groter risico oplevert voor een suboptimale kuikenstart.

De gevolgen van koudestress
Kuikens kunnen hun lichaamstemperatuur de eerste weken nog niet zelf reguleren en zijn daarom grotendeels afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Het kan hierbij te koud of te warm zijn. Een te koude kuikenopvang is meestal een gevolg van een te krappe planning in de leegstand waardoor een technisch probleem niet tijdig opgelost kan worden. Het gevolg is dat de kuikens in de eerste dagen te maken krijgen met een te hoge temperatuur van de stallucht (om de stal alsnog op te warmen), terwijl de temperatuur van de stalvloer nog relatief laag is. Op het raakvlak van warmte en koude ontstaat condensatie, waardoor de vloer op die plaats afkoelt en daardoor nog vochtiger wordt. In de praktijk zien we het fenomeen ook op plaatsen waar koude buitenlucht de stal kan binnendringen. Denk hierbij aan niet-aansluitende staldeuren of een te lage onderdruk, waardoor koude lucht via de inlaatventielen te snel op de vloer komt. In oudere stallen is lekkage van koude stallucht haast niet te voorkómen.

Op plaatsen waar warmte en koude elkaar raken ontstaat condens. Nat strooisel en een suboptimaal stalklimaat zijn het gevolg

Recirculatieventilatoren
In die gevallen is het belangrijk om recirculatieventilatoren te plaatsen, zodat er geen koude hoeken in de stal ontstaan. Recirculatieventilatoren mengen warme en koude lucht door elkaar, waardoor een geen koude plekken ontstaan, waarop de warme lucht kan neerslaan. De recirculatieventilatoren moeten al bij het opwarmen van de stal worden aangezet om er voor te zorgen dat de stalvloer egaal opwarmt. Op die manier ontstaat een uniform en optimaal klimaat om de eendagskuikens in op te vangen.