24-27 augustus 2015: Symposium Pluimveevoeding – Aminozurenpatroon als indicator voor kwaliteit nlende

Van 24 tot 27 augustus vond in Praag het European Symposium on Poultry Nutrition plaats.  De ongeveer 700 specialisten op het gebied van pluimveevoeding discussieerden vooral over de rol van eiwit in pluimveevoeding. Het verhogen van het eiwitpercentage leidt niet vanzelf tot betere resultaten, maar heeft ook risico's als het eiwit in de dunne darm niet goed verteerd wordt. Om een goed darmgezondheid te kunnen realiseren is een grondige kennis van pluimveevoeding nodig. Daarom namen GvP-dierenartsen Gerwin Bouwhuis en Branislav Gmuca deel aan dit symposium.

Aminozuurpatroon belangrijker dan eiwitpercentage

Aminozuurpatroon belangrijker dan eiwitpercentage

Thema's
Internationale sprekers gingen in op diverse aspecten met betrekking tot de voeding van pluimvee. Er werd vooral gesproken over de verteerbaarheid van eiwit. Verder werd aan de mineralenvoorziening, de interactie met het immuunsysteem, de rol van micro-organismen, het effect van vezelrijke voeding en voederwaardering veel aandacht besteed.

Voederconversie belangrijk
Eiwit speelt een belangrijke rol bij de groei van vleeskuikens. Voor een goede voederconversie is het belangrijk dat het plantaardige eiwit uit het voer efficiënt wordt omgezet in dierlijk eiwit. Hierbij moet het plantaardige eiwit in de darm worden gesplitst in aminozuren, die door de darmwand kunnen worden opgenomen. Deze aminozuren worden vervolgens in de lever in dierlijke eiwitten omgezet, die o.a. nodig zijn voor de opbouw van spieren en afweerstoffen.

Essentiële aminozuren
De lever kan een aantal aminozuren niet zelf vormen. Deze moeten daarom met het voer worden opgenomen. Deze aminozuren worden daarom essentiële aminozuren genoemd. Indien een essentieel aminozuur onvoldoende in het voer aanwezig is, dan zal dit aminozuur de groei beperken. Het is daarom belangrijk om niet alleen het totale eiwitgehalte van het voer te weten, maar vooral om te weten welke essentiële aminozuren de meest beperkende rol in het voer spelen.

Onverteerbaar eiwit als risico
Eiwitten die niet (zoals het hoort) in de dunne darm worden verteerd, komen in de blinde darm terecht. Hier vormen ze een voedingsbron voor schadelijke darmbacteriën, zoals Clostridium perfringens, waardoor verteringsstoornissen kunnen ontstaan. Een hoog eiwitpercentage in het voer kan dus wijzen op een kwalitatief goed voer, maar kan juist een risico zijn als het niet goed verteerd wordt. Nieuwe technieken zullen in de toekomst moeten worden ingezet om te zien wat de kwaliteit van het eiwit in het voer is. Bij verteringsstoornissen kan het daarom verstandig zijn om het eiwitpercentage tijdelijk te verlagen.